Tips

Hier plaats ik regelmatig gratis tips die je helpen bij het studeren. Je kunt me ook volgen op Linkedin.

Voorkom fouten bij verhaalsommen

Als je rekenen moeilijk vindt, stel jezelf tijdens het oplossenDSC00677.1
van rekenopgaven dan soms de vraag: ‘Waar ben ik eigenlijk mee bezig?’

Schrijf tijdens het rekenen steeds erbij of je optelt (+) of aftrekt (-). Schrijf er ook bij of je aan het rekenen bent met centimeters, euro’s of bijvoorbeeld centiliters of deciliters.

Dat lijkt heel logisch, maar zoiets simpels voorkomt vaak onnodige fouten. Deze stap is extra belangrijk bij de zogenaamde ‘verhaalsommen’.

Na of naar?

Komt ‘Kerst na de Sint?’ of komt ‘Kerst naar de Sint?’
Het gebruik van ‘na’ en ‘naar’ is soms verwarrend.

Het volgende zinnetje maakt het misschien meteen al duidelijk:
Kerst komt ‘na’ de Sint…. dus als de Sint geweest is, dan pas komt kerst.

Je gebruikt ‘naar’ als iemand of iets ergens ‘naartoe’ gaat.
Het kerstfeest komt niet naar de Sint toe, dus het woord ‘naar’ klopt hier niet.

Spellen: -d, -t of -dt?

DSC01816.1

Veel kinderen maar óók volwassenen hebben er moeite mee: werkwoordspelling! Schrijf je een woord nu met een –d- met een –t- of met een –dt? De volgende ezelsbruggetjes kunnen je daarbij helpen:

  • Zet voor het woord dat je wil schrijven ‘ik’: ik word.
  • Als je ‘ik’ gebruikt, eindigt het werkwoord altijd op een –d- of een –t en
    nóóit op –dt!.
  • Bij alle personen of dingen komt achter de ‘ik-vorm’ een –t: ‘hij wordt’.
  • Een –dt schrijf je alleen maar als de ‘ik-vorm’ al een –d heeft.
  • Bij andere werkwoorden ervaar je dit probleem meestal niet. Dan gaat het automatisch goed. Zoals : ik ren, hij rent,  ik zwem, zij zwemt.
  • De werkwoorden met een –d erin noem je ‘-d woorden’: worden, vinden, antwoorden, bieden, raden.
  • Werkwoorden kennen ook nog een voltooid deelwoord, dat gevormd wordt samen met de woorden ‘hebben’ of ‘zijn’: ‘Ik heb gerend’. De -d werkwoorden krijgen dan meestal een -d. Bijvoorbeeld: ‘Ik heb geantwoord’.

Tip bij het oefenen met rekenen

bijles-10Schrijf bij rekenen altijd zoveel mogelijk op wat je aan het doen bent. Van het noteren van de opgave zelf, tot de tussenstappen om bij de uitkomst te komen. Doe dat netjes en onder elkaar. Gebruik liever een stuk papier te veel dan te weinig, anders is alle moeite voor niets.

Deze stappen helpen je om je gedachtegang te volgen en op een logische manier tot de juiste uitkomst te komen.